Vorige pagina

-Linksboven: Campsis radicans, Trompetklimmer. Fam. Bignoniaceae (= Trompetboomfamilie). Een nogal woeste klimplant uit O-Noord-Amerika die graag tegen een zonnige muur opklimt en dan zeer breed en hoog kan worden. Draagt in de zomer vele clusters grote oranje bloemen, er is ook een geelbloemige variëteit. Woekert erg, ook ondergronds en komt dan op meters afstand boven en groeit vrolijk door.

-Midden boven: Verbena bonariensis, Stijf IJzerhard. Fam. Verbenaceae (=IJzerhardfamilie), uit Argentinië, Chili en Brazilië. Vaste plant, ook als eenjarige gekweekt, wordt manshoog, met smalle, gekartelde blaadjes die ruw aanvoelen. Bloeit met hoofdjes paarse bloemetjes in de zomer, heeft graag zon.

-Rechtsboven: Angelica gigas, Koreaanse Engelwortel. Fam. Apiaceae (=Schermbloemenfamilie). Deze forse plant uit Korea en China wordt manshoog, bloeit rijk met grote schermen diep-wijnrode bloemen, in tegenstelling tot de Europese Angelica archangelica, die witte bloemschermen heeft. Geneeskruid in China. Hier ook fraai als grote tuinplant.

-Linksonder: Allium tuberosum (syn. Allium ramosum), Chinees Bieslook. Fam. Alliaceae (Uienfamilie). Is iets forser in alle delen dan het ons bekende Bieslook. Deze soort bloeit met witte bloemhoofdjes en niet met paarse zoals ons Bieslook. Staat graag in de volle zon, zoals alle Alliums. In China gebruikt als geneeskruid: vocht afdrijvend. In China worden bloemhoofdjes door beslag gehaald en gefrituurd: een soort tempura.

-Glaucium flavum, Gele Hoornpapaver. Fam. Papaveraceae (=Papaverfamilie) Groeit graag in steden; bladen blauwgroen vooral aan de onderkant, oneven geveerd. Mooie, grote gele Papaverbloem en lange, dunne vruchten die de plant terecht haar naam geven.

Bij ons leer je de wereld kennen