Vorige pagina

- Filipendula ulmaria, Moerasspiraea. Fam. Rosaceae (=Rozenfamilie). Zomerbloeiende plant die van natte voeten houdt langs sloten, in moerasjes of aan de vijverrand. Zomerbloeiende plant met mooie pluimen kleine witte, sterk zoet-geurende bloemetjes. Wordt ca. 60 cm. hoog. En doet op het eerste gezicht helemaal niet als een lid van de Rozenfamilie denken, maar de bloemetjes lijken veel op die van de Lijsterbes, ook in deze familie.

- Midden boven: Lapageria rosea, Chileense Klokjesbloem. Fam. Philesiaceae. Dit is de nationale bloem van Chili. Monotypisch geslacht, d.w.z. dat er maar één soort Lapageria bestaat, al komen ze voor met rode, roze en witte wasachtige, hangende klokken. Smal, klein, glanzend blad. Hier niet winterhard: in de Hortus als kuipplant gekweekt. Hoewel ze niet uit Chili kwam, was de meisjesnaam van Joséphine de Beauharnais: Mademoiselle Tascher de Lapagerie. Zij was in Parijs een groot planten verzamelaarster.

- Rechtsboven: Crocosmia masonorum ‘Lucifer’ (ook Montbretia genoemd). Fam. Iridaceae. Uit Zuid-Afrika. Zomerbloeiend knolgewas dat hier nu goed winterhard is; er zijn ook geelbloeiende vormen die allen goed in de border groeien, soms zelfs te goed. Ook de uitgebloeide bloemstengels met rijtjes vruchtjes kunnen goed in bloemboeketten gebruikt worden.

- Onder midden: Calluna vulgaris, Struikhei. Fam. Ericaceae (=Heifamilie). Inheems in ons land; struik met schubachtige blaadjes, bloeit in de zomer met kleine roze-paarse bloemetjes en is een goede leverancier van Heidehoning: een van de duurste honingsoorten. Helaas is het areaal struikhei door de eeuwen heen door ontginning sterk verminderd.

- Elsholtzia ciliata, Vietnamese Melisse. Fam. Lamiaceae. Plant van 40 – 50 cm. hoog die in de zomer bloeit met spitse tuilen paars-blauwe bloemetjes. In China al lang in de medicijnleer gebruikt als bloedzuiverend en tegen maagproblemen en slechte adem. Zuurminnende vaste plant ook voor in de border.

Bij ons leer je de wereld kennen