Vorige pagina

Verschillende tropische bomen leveren kaneel . De allerlekkerste is de Ceylonkaneel (Cinnamomum verum), afkomstig van Sri Lanka en Ceylon. Ook Cinnamomum aromaticum is een bekende kaneelleverancier, kaneel van deze soort heet cassiakaneel of kassie. De kaneelboom in de tropische kassen is weer een andere soort: Cinnamomum burmannii, oorspronkelijk afkomstig uit Zuidoost-Azië. De bast wordt verkocht als ‘Java kaneel’ of ‘Padang cassia.’ Bij alle soorten wordt de kaneel op dezelfde manier verzameld. De binnenbast van de kaneelbomen wordt afgesneden en afgepeld, waarna de bast opkrult tot een kaneelstokje.

Het gebruik is al lang bekend. In het oude Egypte werd kaneel gebruikt bij het balsemen, de bijbel noemt de specerij al en het moet een van de eerste specerijen uit het Aziatische gebied geweest zijn die via de Middellandse Zee naar onze streken vervoerd werd.
Een traditionele snoeperij op kermissen is de kaneelstok, een zuurstok met kaneel. Vandaag de dag wordt kaneel in onze keuken vooral in zoete gerechten gebruikt, bijvoorbeeld in toetjes of appelmoes. Vroeger werd het veel over vleesgerechten gestrooid, zoals dat in de Arabische keuken gebruikelijk was.

 

Filoflapjes met kip, amandelen en kaneel

Voorgerecht voor 4 personen

  • 75 g roomboter
  • 250 g kippendijfilet
  • 1 rode ui, ragfijn gesnipperd
  • 1 teen knoflook, fijngehakt
  • 50 g gegrilde of geroosterde amandelen, grof gehakt
  • 1 mespunt kaneel
  • 1 flinke theelepel kurkuma
  • 1 theelepel poedersuiker
  • 1 ei, losgeklopt
  • facultatief: chili- of cayennepeper
  • 6 vellen filodeeg (diepvries)
  • nodig: boterkwastje, 1 vel bakpapier

Verhit 25 gram boter in een kleine koekenpan of braadpan en bak er de kipdijfilet en gesnipperde ui in, op laag vuur, met een deksel op een kier. Na 12 minuten is de kip gaar. Haal uit de pan en snijd hem fijn. Doe terug in de pan op het vuur en voeg de knoflook toe. Bak 2 minuten mee en doe er de amandelen, kaneel, kurkuma, poedersuiker en zout bij. Voeg het ei toe en laat dat al omscheppend stollen. Haal van het vuur en breng op smaak met misschien nog zout, wat chilipeper, of meer kaneel.

Ontdooi de filovellen zoals beschreven op de verpakking. Bewaar ze tot gebruik onder een vochtige theedoek.

Verwarm de oven voor op 200 graden. Smelt de resterende boter. Leg een vel filodeeg op het werkvlak en kwast het grondig in met gesmolten boter. Leg er nog een vel op en doe hetzelfde, gevolgd door een derde vel. Snijd de vellen samen twee keer doormidden, zodat u 4 vierkanten overhoudt. Leg op elk daarvan een 8ste van de vulling en vouw de stukken tot driehoeken. Druk de zijkanten goed aan. Kwast de flappen goed in met boter.

Herhaal dit alles met de resterende filovellen en vulling. Leg de 8 flapjes op een vel bakpapier op een ovenplateau en bak ze circa 15 minuten, tot ze goudbruin zijn.

Bij ons leer je de wereld kennen