Vorige pagina

Op het bolwerk in de buurt van de Sterrewacht opende op 3 september 1993 de Varentuin. Deze tuin herbergt een collectie met enkele honderden verschillende winterharde varens . In de loop van de negentiende eeuw werden varens vooral in Engeland steeds populairder. Aan deze periode heeft de Hortus heel wat exemplaren te danken, waarvan er een aantal in de Varentuin groeit. Momenteel herbergt de Hortus de grootste collectie winterharde varens van Europa.

Varentuin

De Varentuin beslaat bijna 1/6 van de volledige tuin en is daarmee de grootste tuin van de Hortus botanicus. Omdat de varens wel de Nederlandse winter moeten overleven, wordt de selectie beperkt tot soorten van het noordelijk halfrond. De meeste winterharde varens in de collectie komen uit Europa, Noord-Amerika en Azië, en zijn voor een deel uit sporen opgekweekt.

Varens zijn voor de meeste Nederlanders veel geziene planten in het bos of in eigen tuin. De verschillende varens die in tuinen groeien zijn echter maar rond de tien soorten. De overige soorten zijn bijzonderder, schaars, of komen in Nederland niet voor. Deze overige soorten varens zijn iets meer dan 10.000 in getal. Omdat deze planten op het eerste gezicht op elkaar lijken is het moeilijk om alle verschillen te zien, maar als u door de Varentuin loopt zal het opvallen dat er hele bijzondere soorten tussen zitten. Oranje/rode varens, varens met echte bladeren, varens die maar een keer per zoveel jaar sporen maken en varens die pas zeer recentelijk ontdekt zijn. 

Paardenstaarten?

Van de Radboud universiteit Nijmegen ontving de Hortus eind 2002 een onderzoekscollectie paardenstaarten (Equisetum), die in potten worden gekweekt. DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat paardenstaarten, ondanks hun aparte uiterlijk, bij de varens moeten worden ingedeeld. Beide collecties zijn onderdeel van de Nationale Plantencollectie.

Varen collectie van de Hortus
Bij ons leer je de wereld kennen