In de Hortus gaan de kinderen op avontuur langs bijzondere planten uit allerlei plekken op de wereld. Samen ontdekken ze dat het op sommige plaatsen heel warm, koud, nat of droog kan zijn. Ze leren hoe planten slim zijn en zich aanpassen aan het weersomgeving waarin ze leven op de aarde.
De kinderen bekijken, voelen, luisteren en onderzoeken vier verschillende klimaten. Waarom groeien cactussen zo langzaam en hoog in de woestijn. Hoe warm wordt het in een tropisch regenwoud? Op welke manier vangt een vleesetende plant een insect in het moeras? En wat is het verschil tussen een loofboom en een naaldboom?
Met leuke opdrachten en echte onderzoeksinstrumenten ontdekken de kinderen spelenderwijs hoe planten leven en groeien in verschillende klimaten. De leerlingen werken met de wereldkaart, vergrootglazen, loeppotjes, thermometers, facetogen, prisma’s en een kompas.


