Vorige pagina

Wanneer de Reuzenaronskelk (Amorphophallus titanum, ook wel bekend als de penisplant) bloeit, staat de Hortus op zijn kop. Deze plant wordt in het wild door vliegen bestoven, vandaar de kleur en penetrante geur. De plant komt oorspronkelijk op West-Sumatra voor, maar groeit al jaren in de Hortus.

Amorphophallus titanum
Amorphophallus titanum

Bloeiwijze
Amorphophallus titanum, oftewel de Sumatraanse reuzenaronskelk of Reuzenpenisplant, is bekend en berucht vanwege haar immense, tot meer dan drie meter hoge bloeiwijze, die een penetrante aasgeur verspreidt. Eerst komt een vlezige bloeikolf (spadix) omhuld door een schedevormig schutblad (spatha) op, die zich na enkele dagen opent. In de bloeiwijze, die zich onderaan de kolf bevindt, groeien zowel de mannelijke als vrouwelijk bloemen. Om zelfbestuiving te voorkomen, gaan eerst de vrouwelijke bloemen open. Twee dagen later volgen de mannelijke bloemen.

De naam van de Amorphophallus titanum komt van de grote, gele bloeikolf. Letterlijk vertaald betekent dit ‘gigantische vormloze penis’ en wordt daarom ook wel de penisplant genoemd.

Bekijk hieronder een video waarin Hoofd Horticultuur Rogier van Vugt meer vertelt over deze bijzondere bloeiwijze:

Bestuiving
We hebben er zelfs al enkele uit zelf gekweekte zaden opgekweekt – hiervoor moeten het stuifmeel van de ene bloeiwijze worden overgebracht op de vrouwelijke bloempjes van een andere. De plant kan zichzelf niet bestuiven, dus dan moeten we in één seizoen twee keer een bloeiende plant hebben. In 2022 is dit het geval en kunnen we voor het eerst in meer dan tien jaar onze eigen zaden opkweken én delen met andere botanische tuinen. Het is belangrijk om zoveel mogelijk genetisch diverse exemplaren op te kweken en te verspreiden: de plant is namelijk in het wild bedreigd, omdat de laaglandbossen waar de plant gedijt uitstekend geschikt zijn omgezet te worden tot oliepalmplantages.

Knol en blad
Na de bloei komt vanuit de grote ondergrondse knol een groot enkel samengesteld blad op dat vier meter hoog kan worden. Na een groeiperiode van bijna anderhalf jaar sterft het blad af en gaat de plant enkele maanden in rust. De volgende jaren produceert de plant weer een nieuw blad. Het blad is steeds ongeveer twee keer zo groot als het vorige blad. Met het bladgroen en het zonlicht maakt de plant voedsel dat op wordt geslagen in de knol. Na ongeveer tien tot vijftien jaar is er voldoende energie opgebouwd om weer te gaan bloeien.

Bekijk een timelapse van de bloei:

Koop hier uw ticket(s)
Bij ons leer je de wereld kennen